Logo

Geschiedenis Marcuskerk

In 2011 was het 50 jaar geleden dat de Marcuskerk werd gebouwd en 15 jaar geleden dat de hervormde gemeente en de Gereformeerde Kerk fuseerden en hun intrek namen in de Marcuskerk. Ds. René de Reuver, van 2008 tot 2016 predikant in de Marcuskerk, kijkt terug op de bijzondere geschiedenis van de Marcusgemeente.

De bouw van Moerwijk/Morgenstond

Het is 1952. Nederland is bezig met de wederopbouw van het land na de Tweede Wereldoorlog. Deze verloopt voorspoedig, maar de woningnood blijft een heikel punt. Koningin Juliana zegt in een radioboodschap: “Het is een kwaal die ondraaglijk is en zovelen van ons toch reeds lange jaren dragen en daarmee eigenlijk wij allen.” In Den Haag is de woningnood, samen met Rotterdam, nog groter dan elders. Voor de aanleg van de antitankgracht zijn hele straten afgebroken. Het vergissingsbombardement op Bezuidenhout en een aantal verdwaalde V2-raketten verwoestten ook nog eens duizenden huizen. Jonge mensen willen nu wel eens trouwen, maar moeten inwonen bij ouders of kamerverhuurders en snakken naar een eigen woning.

Terwijl Moerwijk wordt volgebouwd, start in 1947 de hervormde dominee Krijger met zondagse diensten in een bouwkeet. Er is veel belangstelling voor en gelukkig kan men in 1948 een houten noodkerk betrekken, geschonken via de Wereldraad van Kerken door de Zweedse Till Broders Hjälp: de Immanuëlhulpkerk aan de Vierheemskinderenstraat. De gereformeerde kerk bouwt in 1951 aan dezelfde straat de Mirtekerk. De heimachines en bouwvakkers trekken verder. In 1951 ontstaat er een tweede hervormde wijkgemeente die kerkt in de lunchroom van het Zuiderparkzwembad en later in de aula van de christelijke basisschool, de P. Oosterleeschool.

Van groeizaam naar moeizaam

Op zondag 17 december 1961 is het eindelijk zover. De deuren van de Marcuskerk gaan open voor de eerste kerkdienst van de hervormde wijk 31. Enkele dagen ervoor, op 12 december, is het gebouw overgedragen aan de gemeente. De inwijdingsdienst wordt geleid door ds. J.J.W.A Wijchers. Naast de kansel, het doopvont en de avondmaalstafel wordt ook de klok ingewijd. Plechtig spreekt ds. Wijchers: “Aan de dienst van God moge de klok van deze kerk gewijd zijn. Dat deze de weg des Heren bereide, en de gemeente roept tot de dienst des Heren en gebed. Amen.” Hierna klinkt voor het eerst de kerkklok van de Marcuskerk. Helaas moet de klok al snel zwijgen. Door een constructiefout veroorzaakt het luiden van de klok scheuren in de kerkmuur. Na 50 jaar hangt de klok nog steeds zwijgend op zijn plek; een stille oproep tot de dienst des Heren.

De voltooiing van de Marcuskerk en de splitsing van de Morgensterwijk betekenen dat er drie zelfstandige hervormde wijkgemeenten actief zijn in Moerwijk-Morgenstond. Dit ondanks het feit dat al tegen het einde van de vijftiger jaren het aantal wijkbewoners begint terug te lopen. In deze jaren groeit het besef dat drie (hervormde) wijkgemeenten en kerkgebouwen te veel van het goede zijn. Op termijn is dit niet vol te houden. Door deze ontwikkeling krijgt de Morgenster geen toestemming om het houten noodgebouw te vervangen voor een permanent stenen gebouw. Doordat de diensten in de Marcuskerk inhoudelijk een eigen karakter hebben, zijn zij geen verdubbeling van de andere kerkdiensten. Toch is vanaf de opening van de Marcuskerk duidelijk dat er in de toekomst geen ruimte zal zijn voor drie hervormde wijkgemeenten en kerkgebouwen.

Naast en geheel los van de hervormde wijkgemeenten ontstaat aan het begin van de vijftiger jaren ook de gereformeerde kerk in Moerwijk. In 1951 opent in het oudste deel van Moerwijk de gereformeerde Mirtekerk haar deuren. Al snel puilen hier de diensten op zondagmorgen uit. Plannen voor een tweede gereformeerde kerk worden gemaakt, meer centraal gelegen in de wijk. Ongeveer gelijktijdig met de Marcuskerk wordt de Cypreskerk aan de Raaphorstlaan gebouwd. Al snel na de ingebruikname in 1962 loopt het kerkbezoek terug. Dit leidt ertoe dat de kleinere Mirtekerk in 1968 wordt afgestoten. In ditzelfde jaar wordt de gemeente gedwongen om aansluiting te zoeken bij ‘gereformeerd Escamp’. In enkele jaren tijd is de gemeente zo gekrompen, dat ze niet meer zelfstandig kan voortbestaan. Door de enorme veranderingen in de wijk en de toenemende ontkerkelijking zet de kerkelijke neergang door. Daarom moet in 1986 de Cypreskerk worden verkocht aan een pinkstergemeente, en wordt de predikantsplaats opgeheven. Bij de verkoop wordt bedongen dat het gebouw nog tien jaar op zondagmorgen mag worden gebruikt. Van 1982 tot aan de fusie in 1996 dient ds. F.B. Fennema de gemeente als waarnemend predikant.

In deze jaren voltrekt de kerkelijke neergang zich ook in hervormde kring. Aan het begin van de zeventiger jaren ziet de hervormde gemeente zich genoodzaakt om het aantal predikantsplaatsen te verminderen. Voor drie afzonderlijke wijkgemeenten in Moerwijk is geen ruimte meer. De drie wijkgemeenten worden samengevoegd tot één districtsgemeente. De kerkenraden van de Immanuëlkerk, de Morgenster en de Marcuskerk moeten op termijn samenvloeien tot één kerkenraad.
Vanaf 1975 wordt de Marcuskerk in beheer gegeven aan de gereformeerdebondsgemeente. In 1978 komt ds. T. Zevenbergen naar de hervormde gemeente van Moerwijk. Aan hem de taak om van de drie kerkenraden en twee kerkgebouwen één gemeente te maken. Zijn suggestie om als hervormden samen met de gereformeerden zich te richten op de centraal in de wijk gelegen Marcuskerk, valt niet in goede aarde. Het duurt nog een kleine twintig jaar voordat dit zover is.

De fusie

Wat eind zeventiger jaren nog onmogelijk lijkt, gebeurt in juni 1996. Twee ontwikkelingen dragen hieraan bij. De eerste is het verder afbrokkelen van de hervormde gemeente en de gereformeerde kerk. Ontkerkelijking en veranderingen in Moerwijk treffen de kerken hard. In Moerwijk daalt het aantal kerkelijk betrokkenen extra hard doordat veel oorspronkelijke bewoners uit de wijk wegtrekken en mensen met een andere achtergrond en godsdienst in de wijk komen wonen. Met dat de wijk verkleurt, vergrijst de kerk. Veel kader trekt weg, terwijl de aanwas gering is. Door deze dubbele teruggang worden de wijkgemeenten kleiner en kleiner.

In deze jaren van neergang groeien de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken landelijk naar elkaar toe. Het Samen-op-weg-proces ontwikkelt zich. Hoewel dit zich langzaam voltrekt, wordt het steeds serieuzer. De steeds kleiner wordende kerken hebben elkaar hard nodig, ook in Moerwijk. De luxe van het afzonderlijk, los van elkaar bestaan, van een gereformeerde kerk en hervormde wijkgemeenten, is in Moerwijk voorbij. Nu kunnen er onder druk mooie dingen ontstaan. Dat bewijst het vervolg.

De samenwerking tussen de Immauëlkerk en de Morgenster en het contact tussen hervormden en gereformeerden leidt tot de gefedereerde Samen-op-weg-gemeente Moerwijk/Morgenstond. In 1994 verschijnt het eerste nummer van het gezamenlijke blad Drieluik, de voorloper van Markant.

Samen verder

In juni 1996 is het eindelijk zover. De gereformeerdebondsgemeente verhuist naar de Bethlehemkerk, zodat de Marcuskerk weer beschikbaar is als centraal kerkgebouw van Moerwijk. Op zondag 23 juni worden de laatste protestantse diensten gehouden in de Immanuëlkerk, de Morgenster en de Cypreskerk. De wijkpredikanten volgen dezelfde liturgie. Na de vieringen trekt men vanuit de drie kerkgebouwen in optocht naar de Marcuskerk. Voor de kerk aan de Jan Luykenlaan ontmoet men elkaar. Gezamenlijk betrekt men de opgeknapte kerkzaal, waar liturgische voorwerpen uit de drie kerken op de avondmaalstafel worden geplaatst. De kaarsen worden aangestoken, bijbelwoorden uit Efeziërs 3 gelezen en Gezang 320, ‘Een nieuw lied voor God de Here’, gezongen waarna de kinderen het lied ‘Een huis voor iedereen’ zingen. In de ontmoetingszaal wachten de koffie, thee en cake.

Een week later, op 30 juni 1996, leidt ds. B. Plaisier de openingsdienst van de Marcuskerk, het gemeenschappelijke huis van de SOW-gemeente Moerwijk/Morgenstond. Uit de kerkelijk nood is iets moois geboren: een vernieuwde wijkgemeente rondom de Marcuskerk. En passant wordt in de openingsdienst de gemeente opgeroepen naar de gemeenteavond te komen om de nieuw beroepen predikant ds. L. Oosterom te ontmoeten. Kort na de fusie neemt hij als predikant van de Marcuskerkgemeente de herdersstaf over van ds. B. Plaisier.