Logo
  • Home
  • Nieuws
  • Meditatie: Zwijgen of spreken over Jezus?

Meditatie: Zwijgen of spreken over Jezus?

Soms heb je van die Bijbelteksten die je absoluut niet kunt plaatsen, omdat ze precies het tegenovergestelde vertellen van wat logisch is. Op één van die teksten stuitten we laatst tijdens de opening van een kerkenraadsvergadering. Het gaat om een situatie die meerdere keren voorkomt in de Bijbel, met name in het evangelie van Marcus: Jezus legt een verbod op om over Hem te spreken.

Het gebeurt regelmatig wanneer Jezus iemand met een demon ontmoet, dat de demon – die ook uitgedreven wordt – heel uitdrukkelijk gaat verkondigen wie Jezus is: de Zoon van God. Jezus verbiedt dit (Marc. 1:25 en 3:12). Iets soortgelijks gebeurt ook een aantal keer wanneer Jezus zieken geneest en zelfs een keer een dode opwekt. De persoon in kwestie en de omstanders krijgen een streng verbond om te spreken over wat gebeurde (Marc. 1:45; 5:43 en 7,36).

De meest opmerkelijke situatie vind ik zelf wanneer Jezus’ eigen discipel, Petrus, tot de volmondige belijdenis komt dat Hij de Messias is. Dat is de door God gezalfde koning die al beloofd was in het Oude Testament. Direct na die schitterende belijdenis verbiedt Jezus zijn discipelen daar ook maar iets over te zeggen (Marc. 8:29-30). Een teleurstellende overgang die vragen oproept. Waarom verbiedt Jezus dit? Het is toch juist belangrijk dat iedereen te weten komt dat Hij grootse wonderen deed en dat Hij de Zoon van God is en de Messias?  

Een aanleiding om de boeken in te duiken. Ik wil proberen om een antwoord te formuleren dat naar mijn idee hout snijdt; datgene wat mij uit de verschillende theorieën hierover het meeste overtuigd heeft. Ik hoop dat het voldoende is als handvat bij het Bijbellezen.

Het beeld dat de Joden hadden van de koning die komen zou, de Messias, was een heel ander beeld dan wie Jezus in werkelijkheid was. Bij de Messias dachten de meeste Joden vooral aan iemand die hen als volk zou redden uit de hand van hun aardse overheersers, ten tijde van Jezus waren dat de Romeinen. Wanneer geruchten over de Messias de ronde zouden gaan doen, zouden allerlei mensen op Jezus afkomen met verwachtingspatronen waar Hij niet aan voldeed en wilde voldoen. Hij zou al heel snel als een revolutionair te boek staan en door de Romeinen opgepakt worden. Maar zo moest het niet gaan. Het waren uiteindelijk niet de Romeinen, maar de religieuze en politieke Joodse leiders die Hem heel bewust verwierpen en Zijn kruisiging afdwongen bij de Romeinen.

De discipelen begrijpen tijdens Jezus’ leven zelf ook nog maar weinig van zijn doen en laten. Uiteindelijk zouden zij naar buiten moeten treden met het omvattende verhaal van Jezus, de Messias, maar dan inclusief het licht dat zij zouden hebben over zijn lijden, sterven en zijn opstanding.

Het ironische van deze zwijgopdrachten is dat ze uiteindelijk vrij weinig helpen. De demonen die Zijn identiteit niet mogen verkondigen, hebben dat al lang gedaan als Jezus het hen verbiedt. Ondanks de uitdrukkelijke verboden van Jezus, weet men niet te zwijgen over Jezus. Sterker nog, hoe strenger Hij het hen verbood, hoe meer ze het rondvertelden (Marc. 7,36). Als je het leest krijg je de indruk dat Marcus er niet zo mee zit dat men Jezus ongehoorzaam was op dit punt. Door zijn manier van schrijven krijgt het een grote onderstreping dat het goede nieuws van Jezus de Messias niet verborgen kon blijven.

Hoeveel te meer geldt dat nu wij door Hem zijn geroepen om het goede nieuws overal te verkondigen?!

Dick Groenendijk

Uitdaging: In het Evangelie van Marcus is de identiteit van Jezus, een geheim dat gaandeweg ontrafeld wordt. Het biddend lezen van het boek Marcus kan in deze maand voor Pasen een geschikt middel zijn om (weer) stil te staan bij de vraag: Wie is Jezus?